Wanneer fabrikanten melding doen van een actief uitgebuite kwetsbaarheid of een ernstig incident met gevolgen voor de beveiliging van het product met digitale elementen, moeten zij aangeven hoe gevoelig de informatie waarvan zij melding doen volgens hen is. Het als coördinator aangewezen CSIRT dat de melding als eerste ontvangt, moet die informatie in aanmerking nemen bij de beoordeling van de vraag of er in verband met de melding sprake is van uitzonderlijke omstandigheden die uitstel van de verspreiding van de melding onder de andere relevante als coördinatoren aangewezen CSIRT’s om cyberbeveiligingsgerelateerde redenen rechtvaardigen. Zij moet die informatie ook in aanmerking nemen bij de beoordeling van de vraag of er in verband met de melding van een actief uitgebuite kwetsbaarheid sprake is van zeer uitzonderlijke omstandigheden die rechtvaardigen dat de volledige melding niet gelijktijdig aan Enisa ter beschikking wordt gesteld. Tot slot moeten de als coördinatoren aangewezen CSIRT’s die informatie in aanmerking kunnen nemen bij het vaststellen van passende maatregelen om de risico’s die voortvloeien uit dergelijke kwetsbaarheden en incidenten, te beperken.
Overweging 71 van 130
OFFICIËLE TEKSTVerordening (EU) 2024/2847·Officiële taalversie: Nederlands (NL)··Opgehaald op 2 november 2026·Bekijken op EUR-Lex
U leest de tekst zoals oorspronkelijk bekendgemaakt. De sindsdien bekendgemaakte rectificaties zijn in deze weergave niet toegepast. Versies en bronnen
OFFICIËLE TEKSTLetterlijk zoals bekendgemaakt. Niet herschreven.
(71)